9 dingen die je als ouder kunt zeggen om emotionele verwaarlozing te voorkomen

9 dingen die je als ouder kunt zeggen om emotionele verwaarlozing te voorkomen

Hoe je reageert op de gevoelens van je kind kan helpen voorkomen dat emotionele verwaarlozing van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven.

Als ouder wil je natuurlijk dat je kind leert omgaan met zichzelf en met anderen. Dat het rekening houdt met anderen, grenzen leert kennen en verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag.

Maar soms zijn we zo gericht op het gedrag van ons kind, dat we vergeten te kijken naar wat eronder ligt.

Een kind dat boos schreeuwt, huilt, niet mee wil of helemaal overstuur raakt, laat niet alleen gedrag zien. Er is ook een gevoel. En juist dat gevoel heeft aandacht nodig.

Dat betekent niet dat je alles wat je kind doet hoeft goed te vinden. Je kunt prima een grens stellen aan gedrag én tegelijkertijd ruimte geven aan het gevoel dat eronder ligt.

Dat verschil kan belangrijk zijn als je wilt voorkomen dat emotionele verwaarlozing wordt doorgegeven.

Als je zelf weinig ruimte kreeg voor je gevoelens

Misschien herken je dat bij jezelf.

Als je vroeger weinig ruimte kreeg voor je emoties, heb je waarschijnlijk niet vanzelf geleerd hoe je met de gevoelens van een kind kunt omgaan. Misschien werd er bij jou thuis weinig over gevoelens gepraat. Of je hoorde dat je niet zo moest huilen, dat je je niet zo moest aanstellen of dat je gewoon moest doen wat er van je verwacht werd.

Wanneer je zelf ouder wordt, kan het lastig zijn om het anders te doen.

Niet omdat je dat niet wilt. Maar omdat je simpelweg geen ander voorbeeld hebt gehad.

Je kunt daardoor onbewust dezelfde boodschap doorgeven die je zelf vroeger hebt gekregen: je gevoel is lastig, overdreven of iets waar je zo snel mogelijk vanaf moet.

Emotionele verwaarlozing gebeurt meestal niet bewust. Juist daarom is het zo belangrijk om je bewust te worden van de manier waarop je op de gevoelens van je kind reageert.

Niet het gevoel hoeft te veranderen, maar je kind kan leren ermee om te gaan

Kinderen hebben vaak grote emoties en nog maar weinig vaardigheden om die emoties te hanteren.

Als ouder kun je hen daarbij helpen.

Je kunt je kind leren dat boosheid er mag zijn, zonder dat het mag slaan. Dat verdriet er mag zijn, zonder dat iedereen meteen alles hoeft te laten vallen. Dat angst er mag zijn, terwijl je je kind tegelijkertijd helpt om iets spannends toch aan te gaan.

Je hoeft dus niet alle gevoelens weg te nemen.

Je helpt je kind juist om gevoelens te herkennen, verdragen, uiten en reguleren.

En daarvoor zijn soms maar kleine veranderingen nodig in wat je zegt.

9 dingen die je anders kunt zeggen

1. In plaats van: ‘Stop met huilen.’

Zeg bijvoorbeeld:

‘Waarom moet je huilen?’

Je hoeft het huilen niet onmiddellijk te stoppen. Eerst nieuwsgierig worden naar wat er aan de hand is, kan je kind helpen om zijn gevoel beter te begrijpen.

2. In plaats van: ‘Laat maar weten wanneer je klaar bent met die driftbui.’

Zeg bijvoorbeeld:

‘Het is oké. Laat het er maar even uit. Daarna praten we verder.’

Je hoeft een driftbui niet goed te vinden om je kind te laten merken dat je er nog bent.

3. In plaats van: ‘Nu is het genoeg. Ik ben hier helemaal klaar mee.’

Zeg bijvoorbeeld:

‘Laten we even een pauze nemen, zodat we allebei weer rustig kunnen worden.’

Ook jij mag je grenzen hebben. Een pauze nemen kan juist helpen om niet vanuit je eigen boosheid of frustratie te reageren.

4. In plaats van: ‘Doe eens normaal.’

Zeg bijvoorbeeld:

‘Je klinkt boos of verdrietig. Klopt dat?’

Je hoeft niet meteen te weten waaróm je kind zo reageert. Alleen al laten merken dat je wilt begrijpen wat er gebeurt, kan een verschil maken.

5. In plaats van: ‘Je moet eerst nadenken voordat je iets doet!’

Zeg bijvoorbeeld:

‘Hoe is dit zo misgegaan? Zullen we samen eens kijken?’

Daarmee help je je kind om te leren van wat er gebeurd is.

6. In plaats van: ‘Ga maar naar je kamer totdat je je weer kunt gedragen.’

Zeg bijvoorbeeld:

‘Ik zie dat je heel boos bent. Is het misschien omdat …?’

Een kind dat overspoeld is door emoties kan soms eerst hulp nodig hebben om te begrijpen wat er vanbinnen gebeurt.

7. In plaats van: ‘Oké, stop nu maar met huilen, we moeten de winkel in.’

Zeg bijvoorbeeld:

‘Kijk eens naar mij. Adem maar even diep. Zullen we samen tot vijf tellen?’

Je helpt je kind dan niet alleen om te kalmeren. Je leert het ook iets over hoe het zichzelf weer tot rust kan brengen.

8. In plaats van: ‘Je hoeft helemaal niet zenuwachtig te zijn.’

Zeg bijvoorbeeld:

‘Iedereen is weleens zenuwachtig. Het is oké. Wil je erover vertellen?’

Wat voor jou misschien een klein ding lijkt, kan voor je kind op dat moment heel groot voelen.

9. In plaats van: ‘Praat niet zo tegen mij.’

Zeg bijvoorbeeld:

‘Wil je dat nog een keer zeggen, maar dan op een manier waarop ik goed naar je kan luisteren?’

Je kunt een grens stellen aan de manier waarop je kind met je praat, zonder dat je daarmee het gevoel achter de woorden afwijst.

Welke boodschap krijgt je kind mee?

Geen enkele ouder reageert altijd perfect.

Je zult ook weleens zeggen:

‘Hou nou eens op met huilen.’

Of:

‘Ik ben het helemaal zat.’

Dat is niet meteen emotionele verwaarlozing.

Het wordt vooral belangrijk wanneer een kind steeds opnieuw de boodschap krijgt dat zijn gevoelens niet welkom zijn.

Bijvoorbeeld:

  • Jij voelt te veel.
  • Jouw gevoel klopt niet.
  • Ik wil niet weten wat jij voelt.
  • Jouw gevoelens zijn lastig voor mij.
  • Je moet dit zelf maar oplossen.
  • Het kan me niet schelen wat je voelt; ik wil alleen dat jij je gedraagt.

Een kind kan dan langzaam leren om gevoelens weg te drukken, niet serieus te nemen of er anderen niet mee lastig te vallen.

En precies daar kan emotionele verwaarlozing ontstaan.

Je hoeft geen perfecte ouder te zijn

Misschien schrik je een beetje als je jezelf in sommige voorbeelden herkent.

Dat hoeft niet te betekenen dat je het verkeerd hebt gedaan.

We reageren als ouders vaak vanuit wat we zelf hebben meegekregen. Als je als kind hebt geleerd om gevoelens weg te stoppen, kan het behoorlijk lastig zijn om je eigen kind wél alle ruimte voor gevoelens te geven.

Het goede nieuws is: je kunt het anders leren.

Je kunt op een later moment terugkomen op een situatie.

‘Daarnet werd ik heel boos toen jij huilde. Ik denk dat ik niet goed wist wat ik ermee moest. Ik had liever eerst naar je geluisterd.’

Zo’n moment van herstel kan minstens zo waardevol zijn als een perfect verlopen gesprek.

Want kinderen hebben geen perfecte ouders nodig.

Ze hebben ouders nodig bij wie ze voldoende vaak ervaren:

Mijn gevoelens mogen er zijn.

Ik hoef ze niet alleen te dragen.

Mijn ouder wil weten wat er in mij omgaat.

En ook als mijn gedrag een grens nodig heeft, hoef ik me niet te schamen voor wat ik voel.

Misschien is dat wel een van de belangrijkste manieren waarop je kunt voorkomen dat emotionele verwaarlozing wordt doorgegeven aan de volgende generatie.

Liever het oorspronkelijke artikel lezen?

Dit artikel is gebaseerd op het Engelstalige blog van psycholoog Jonice Webb, “9 Things the Emotionally Attuned Parent Says to Their Child”, verschenen op Psychology Today op 24 augustus 2026.

Lees het oorspronkelijke Engelse artikel van Jonice Webb op Psychology Today

Geef een reactie